Gelegenheidspenning Willem van Oranje & Charlotte de Bourbon. (1579)

 

Bodemvondst Pieter de Breuk.

 

 

 

Gelegenheidspenning op Prins Willem van Oranje 1533-1584 en zijn echtgenote Charlotte de Bourbon 1547-1582.

(Mogelijks is deze penning vervaardigd ter aanleiding van de geboorte (° Antwerpen 18/08/1579) van hun dochter Charlotte Flandrina)

(bestaat ook in een zilveren afslag, zie voorbeeld)

 

Materiaal: Lood/tin legering.
Massa: 18,25 gram.
Diameter: 38 mm.
Graveur: Coenraad Block 1545-1602
Aanmaakplaats: z.pl. Onbekend (Antwerpen ?).
Datering: 1579


Voorzijde: Binnen een parelcirkel.
Het geharnaste en met geplooide kraag naar rechts gewend borstbeeld, 

van Willem van Oranje.
(Willem I, Willem de Zwijger, Prins van Oranje, graaf van Nassau)
Omschrift: 
. GVILEL . D . G . PR . AVRAICAE . CO . NASSAV . 1579
Onder de buste, CONR . BLOCK . F . (Graveur)


Keerzijde: Binnen een parelcirkel.
Borstbeeld naar links gewend, met een muts op het hoofd en met geplooide kraag, van Charlotte de Bourbon van Montpensier.
(Derde echtgenote van Willem van Oranje 1575-1582)
Omschrift: 
CHARLOTTE . DE . BOVRBON . PR . D AVRENGE . 1579 .


Lit: Teylers Museum TMNK 00248.


 

Penning op de inname van de stad Ieper, door Lodewijk XIV.(1648)

Uit de collectie, Paul Callewaert.

 

Penning op de inname van de stad Ieper, door Lodewijk XIV.

 

Materiaal: Lood/tin legering.

(Bestaat ook in bronzen afslag)

Diameter: 39,3 mm.
Massa: 4,80 gram.
Ontwerper: Mauger.
Uitvoerder: D.V. Monnaie de Paris.
Datering: 17e eeuw.


Voorzijde: Binnen een dubbele geprofileerde boord.
Een gehelmde krijger, naar rechts gaande.
Het wapenschild dragende van de stad Ieper.
Aan de rechtervoet, de initialen van de uitvoerder D.V.
Rechts een half liggende gekroonde vrouw, met opengespreide armen, die het wapenschild werd afgenomen.
Naast haar, een liggend Spaans vaandel.
Omschrift:
FRACTA HISPANORUM FIDUCIA
Wat wil zeggen: (Vrije vertaling) Het Spaanse verbrijzelde vertrouwen
In de afsnede, in twee regels:
YPRIS CAPTIS. / XXVIII . MAII . MDCXLVIII .
Wat wil zeggen: Ieper ingenomen op 28 mei 1648


Keerzijde: Blanco.

 

Lit: Musée des Beaux-arts de la Ville de Paris PPM137(2); STAM Gent N.02110.

 


 

Penning/medaille op het sneuvelen van Tromp.(1653)

Bodemvondst Gj Bras.

 

 

Penning/medaille "Op het sneuvelen van Tromp".

(Gesneuveld aan boord van het oorlogsschip "Brederode")

 

Materiaal: Brons.
Massa: 25 gram.
Diameter: 50 mm. (zonder hangoogje)
Datering: 1653
Medailleur: D. van Riswick (Naar een ontwerp van J. Looff)
Aanmaakplaats: Rotterdam.


Voorzijde: Aanziend borstbeeld van luitenant-admiraal Tromp.
Omhangen met het ordeteken van Sint Michaël.
Omschrift:
MARTINVS.HERPERTI.TROMPIUS / EQVES.ET.THALASSIAR.HOLLANDIAE.XX ANS /
(in het binnenveld) AET.LV
Wat wil zeggen:
Maarten Harpertszoon Tromp, ridder, en zeevoogd van Holland gedurende 20 jaar, in zijn 56 ste levensjaar.


Keerzijde: Binnen een dubbele cirkels (het omschrift die verder loopt, vervolg op de voorzijde)
VICTOR.HOSTIUM.FORTITER.PRO.PATRIA.PUGNANS.OCCOBUIT. 10.AUG.ANO.DOM:MDCLIII.
Wat wil zeggen:
Overwinnaar der vijanden is hij, dapper voor het vaderland strijdende, gesneuveld, 10 augustus, in 't jaar des Heeren 1653.
In het middenveld, de voorstelling van de zeeslag bij
Ter-heijde en Scheveningen in 1653.
Engelse en Hollandse oorlogsschepen in gevecht, met rechts een zinkend schip.

Onderaan in de golven, de initialen van de medailleur D.V.R.

 

Lit: KPK I, P.113.814; v. Loon II.376.4; Franks I, p. 404.36; J.C.M. Warnsinck. Van vlootvoogden en zeeslagen. 1940.


 

Penning op "Inname van Porto Bello" (1739)

Bodemvondst, Paul Callewaert.

Penning op Inname van Porto Bello door admiraal Vernon.

Materiaal: Brons

Massa: 13,78 gram.
Diameter: 37,7 mm.
Aanmaakplaats: Engeland (?)
Datering: Ca. 18e eeuws.


Voorzijde: Binnen een gladde buitencirkel.
Admiraal Vernon ten halve lijve, naar links gewend.
Het gezicht naar voor gekeerd.
Met in de linkerhand een wapenstok.
Omschrift:
THE°BRITISH°GLORY°REVIV°D°BY°ADMIRAL°VERNON.


Keerzijde: Binnen een gladde buitencirkel.
Zes schepen opgesteld voor de haven van Porto Bello.
Omschrift: 
WHO TOOK PORTO BELLO WITH SIX MEN OF WAR ONLY
In de afsnede:
NOV . 22 . 1739 .


 

 

Penning op Admiraal Vernon, "Gevangenneming van Porto Bello" (1739)

Bodemvondst Pieter de Breuk.

 

 

Penning op Admiraal Vernon, gevangenneming van Porto Bello in 1739.

 

Materiaal: Messing/koper.

Massa: 14,9 gram.

Diameter: 39 mm.
Aanmaakplaats: Engeland (Londen ?)
Datering: na 1741


Voorzijde: Binnen een versierde rand.
Drie staande mannen, afgebeeld in volle lengte.
Links, admiraal Chaloner Ogle naar rechts gewend.
Midden, admiraal Edward Vernon, getooid met een hoed.
In de rechterhand een wapenstok.
Rechts, officier Thomas Wentworth naar links gewend.
In de rechterhand een speer.
Tussen de figuren, twee leeuwen-welpjes.
Legende in twee regels in de afsnede:
BRAVE : VERNON : OGLE / & WENTWORTH


Keerzijde: Binnen een kartelrand,
Het omschrift binnen een cirkel.
 
 HE ° TOOK ° PORTO ° BELLO . WITH ° SIX ° SHIPS ° ONLY

Datum in de afsnede:
NOV ° 22 ° 1739
Weergave van de zes opgestelde schepen naar rechts gewend, voor de haven van Porto Bello. 


Lit: National Maritime Museum, Greenwich, London MEC 1092.


 

Penning op "Inhuldiging Willem V" (1766)

Bodemvondst, Paul Callewaert.

 

Gefragmenteerde penning op,

Inhuldiging van prins Willem V als stadhouder.

 

 

 

Materiaal: Messing.
Massa: 4,05 gram. Bij uitgifte 9,8 gram.
Diameter: 33 mm.

Aanmaakplaats: (Vermoedelijk Engeland)
Datering: 1766.


Voorzijde: Binnen een versierde buitenrand.
Naar links gewend borstbeeld van Willem V.
Het haar in een staartje.
Getooid met een ordelint, die schuin over de borst loopt.
Op de borst, de ster van de "Orde van de Kouseband".
Omschrift:
WILLIAM YE BETERUS GEBOOREN YE 8 MAART 1748 TS HAGE.


Keerzijde: Binnen een versierde buitenrand.
Tekst in tien regels.
.PRINS. / VAN ORANIC. / ERISSTADHOUDER / CAPTYN ADMERAAL / & GENERAAL VAN DE / VERCENIGDEN NEDER- / LANDE RIDDER VAN / DE KOUSEBAND. § / § § ANNO 1748 / 8 MAART.


Lit: G. van Loon 384; Teyler Museum TMNK 02090.


 

 

Penning op "Burgemeester J.J. Berrouette" (1783)

 

Uit de collectie, Paul Callewaert.

 

Penning op het burgemeesterschap van Jean-Jacques Berrouette, als burgemeester van Nantes in de periode 1782-1783.

 

Materiaal: Zilver (Ag)

Diameter: 29,3 mm.
Massa: 6,93 gram.
Aanmaakplaats: z.pl. Nantes (?)
Datering: 1783.

 

Voorzijde: Binnen een streepjesboord en gekartelde rand.

Een geparelde kroon, boven het wapenschild van de familie Berrouette.

Gelegen op een schildhouder, en bovenaan versiert met bloemen.

De schildhouder steunende rechts op een neerzittende leeuw.

Rechts vasthoudende, door een staande leeuw.

Omschrift:

IN TE DOMINE SPERAVI

Jaartallen in de afsnede:

1782 = 1783

 

Keerzijde: Binnen een streepjesboord en gekartelde rand.

Een muurkroon, boven het wapenschild van de stad Nantes.

Gelegen op een schildhouder, omsloten door een touw.

Die onder het wapen is geknoopt.

Omschrift:

DE LA MAIRIE DE / M . BERROUETTE.

 

Lit.: F.8932-Corre.471 pag. 75 plaat XIII nr.48 


 

Penning op het feest van de Federatie (1792)

Uit de collectie, Paul Callewaert.

 

Federatie-penning.(Type 2)

 

 

 

Materiaal: Brons.

Massa: 25,95 gram. bij uitgifte 27 gram.

Diameter: 39,6 mm.

Aanmaakplaats: Parijs.
Datering: 1792
Medailleur: Augustin Dupré.


Voorzijde: Binnen een parelrand, een ovalen cartouche.
Scene van de eed, op het feest van de Federatie.
Boven het tafereel: PACTE FEDERATIF
In de afsnede: 14 JUILLET. / 1790
Omschrift:
VIVRE LIBRES / OU MOURIR.


Keerzijde: Binnen een parelrand, en omschrift:
MONNERON FRERES NEGOCIANS A PARIS. 1792
Centraal in negen regels:
MEDAILLE / DE CONFIANCE / DE CINQ-SOLS / REMBOURSABLE / EN ASSIGNATS / DE 50*. ET /
AU DESSUS. /-/ L'AN IV. DE LA / LIBERTE


Lit: Krause & Mishler KM# Tn31


 

Penning op Piet Heyn. (19e eeuw)

 

Uit de collectie, Paul Callewaert.

 

Historie-penning  op de (WIC)West Indische Compagnie/Piet Heyn.

 

Materiaal: Lood/tin legering.Massa: 53,08 gram.

Diameter: 51 mm.
Medailleur: P. Abeel (?)
Aanmaakplaats: z.pl. Nederland.
Datering: z.j. Ca. 1800-1900


Voorzijde: Binnen een opstaande cirkelboord.
Admiraal Piet Heyn ten halve lijve, in vol ornaat.
Met geplooide kraag, en omhangen met een gouden ereketting.
(verdienste van de overwinning op de Spaanse zilvervloot)
Omschrift:
AFBEELDINGE V VERMAERDEN HELT PIETER PIETERZ HEYN.


Keerzijde: Binnen een opstaande cirkelboord.
Binnen de middelste cirkel, het admiraalsschip tussen andere schepen voor de Vlaamse kust.
Rondom negen schildjes, die de negen schepen symboliseren op de namen van Piet Heyns vloot.
De verbeelding toont de zeeslag van 1629 met de Duinkerkse kapers.


Lit: Museum Rotterdam 40797.


 

Penning op de "Blijde intrede" van de koning en koningin te Brussel. (1832)

Uit de collectie, Paul Callewaert.

 

Penning op de "Blijde intrede" van de koning en koningin te Brussel.

 

 

 

Materiaal: Lood/tin legering.

(Bestaat ook in bronzen afslag)

Massa: 6,61 gram.
Diameter: 27,2 mm.
Medailleur: Laurent Joseph Hart.
Datering: 1832
Aanmaakplaats: Brussel.


Voorzijde: Binnen een gladde boord.
Onder een krans van rozen.
Een brandende fakkel, geflankeerd door twee letters.
LL rug aan rug.
(Leopold / Louise)
De letters aan elkaar verbonden door een lint.
Het geheel liggend op een krans van klimop.
Onderaan rechts, de naam van de medailleur.
HART.F.


Keerzijde: Binnen een gladde boord.
In zeven regels.
ENTR'EE / A BRUXELLES / DE LL. MM. /
LE ROI ET LA REINE / DES BELGES. /
AOUT / MDCCCXXXII

 

Lit: Guioth, Révol. Belge. pag. 135 pl. XVIII nr. 147; Tourneur, pag. 70 nr. 267.

 


 

Penning op "Baron de Stassart" (1839)

Uit de collectie, Paul Callewaert.

 

Ere-penning op politicus en Baron de Stassart. 

 

 

(geboren te Mechelen 02/09/1780 overleden te Brussel 10/10/1854)

(Medailleslag)

Materiaal: Brons.
Massa: 60,30 gram.
Diameter: 50,7 mm.
Aanmaakplaats: Brussel.
Medailleur: F. Hart.
Datering: 1839

 

Voorzijde: Binnen een verhoogde boord.

De buste van baron de Stassart naar links gewend.

Gekleed in militair uniform, en getooid met eretekens op de borst. De kraag versiert met eikentakken.

Op de afsnede onder de schouder, de naam van de medailleur HART.F

Omschrift:

Gn. (Goswin) Jh. (Joseph) An. (Augustin) BARON /

DE STASSART.

 

Keerzijde: Binnen een verhoogde boord.

Drie aan elkaar verstrengelde lauwerkransen,

elk met een wapperend lint.

In 14 regels:

LES LIBÊRAUX BELGES / AU BARON DE STASSART /

ÊLU SÊNATEUR / PAR LES ARRONDISSEMENS / DE /

BRUXELLES NAMUR ET NIVELLES / LE 11 JUIN 1839; /

DESTITUÊ, LE 17, DES FONCTIONS / DE GOUVERNEUR

DU BRABANT, / PAR / LE MINISTÊRE DE THEUX, /

EN HAINE / DE CETTE TRIPLE / ÊLECTION / *

 

Lit: Teylers Museum TMNK 09245; STAM Gent N.00253.

 


 

 

 

Penning op de meerderjarige leeftijd van de prins van Oranje (1858)

Bodemvondst, Axel.

 

 

 

 

Penning op Willem Nicolaas, prins van Oranje, erfprins der Nederlanden bereikt de meerderjarige leeftijd.

 

Materiaal: Brons.

Diameter: 61 mm.

Dikte: 7 mm.
Massa: 127 gram.
Ontwerper/vervaardiger: Mozes de Vries. Jr. (1807-1883)
Datering: 1858

Aanmaakplaats: Utrecht (Stempel n°. 225)


Voorzijde: Binnen een opgehoogde boord, 

bezet met parelrandversiering.

Het jeugdige borstbeeld van de prins van Oranje, naar rechts gewend.

In de afsnede onder de hals, de vervaardiger.

M.C. DE VRIES JR.

Omschrift:

GUIL . NICOL . ALEX . FRED . CAR . HENR . ARAUS . P .

Voluit: Guilielmus Nicolaus Alexander Fredericus Carolus Henricus Arausiæ Princeps.

Wat wil zeggen: Willem Nicolaas Alexander Frederik Karel Hendrik, prins van Oranje.

 

Keerzijde: Binnen een opgehoogde boord,

tussen kabelrand en omgeven door een parelrand.

Twaalf wapenschilden, verbonden met elkaar door linten en strikken.

De wapens van: Noord-Brabant, Gelderland, Noord Holland, Zuid Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overijssel, Groningen en Drenthe.

Onderaan de wapens van Limburg en Luxemburg.

Met daartussen de vijfpuntige ster van Maastricht.

Legende in zeven regels.

NEERLANDIA / PRINCIPI REGIO / SUO / MAJORI FACTO /

GRATULATUR / D. IV SEPTEMBRIS / MDCCCI.VIII.

Wat wil zeggen:

Neerland wenst zijn koninklijke vorst,

meerderjarig geworden op 4 september 1858, daarmee geluk.

 

Lit.: Jacob Dirks, Beschrijving der Nederlandsche of op Nederland en Nederlanders betrekking hebbende penningen, geslagen tusschen november 1813 en november 1863 Deel II, pag. 201; Teylers Museum TMNK 03112.

 


 

Penning op de "Opening Noordzeekanaal" (1876)

Uit de collectie, Paul Callewaert.

 

Penning, op de opening noordzeekanaal in 1876.

 

 

(Uitgereikt aan het personeel dat aan de graafwerkzaamheden hadden deelgenomen)

Materiaal: Brons.

(bestaat ook in zilveren afslag)

Massa: 53,70 gram.
Diameter: 50,8 mm.
Medailleurs: Eduard Louis Geerts & Eduard Colinet
Aanmaakplaats: Brussel
Datering: 1876
Opdrachtgever: Amsterdamse Kanaal Maatschappij (AMK)


Voorzijde: Binnen een verhoogde boord.
Naar links gewend hoofd van koning Willem III.
Onder de halsafsnede de naam van de medailleur.
ED . GEERTS . F .
Randschrift:
OPENING . V . H . NOORDZEE KANAAL . 1. NOVEMBER . MDCCCLXXVI . (1876)


Keerzijde: Binnen een verhoogde boord.
Een Amsterdams roggeschip, met gereefde zeilen.
In het kraaiennest, een wapperende wimpel met het wapen van Amsterdam.
Links gezeten de Nederlandse maagd, met in de linkerhand een speer met vrijheidshoed.
In de rechterhand het wapenschild van Holland.
Rechts een staande geharnaste en gehelmde Stademaagd, met in de handen een vaandel met het wapen van Amsterdam.
Naast de Stademaagd, een balk met de naam van de medailleur: E . COLINET . SC .
Omschrift op een banderol:
AMSTERDAM / SCHE KANAAL MAATSCHAP- / PIJ

 

Lit: W.K.F.. Zwierzina, Beschrijvingder Nederlandsche of op Nederland en Nederlanders betrekking hebbende penningen geslagen van 1864 tot 31 augustus 1899 Nr. 395; Dreesm.450.

 

 

Bij Koninklijk Besluit werd op 16 juni 1863 de concessie tot het graven van het kanaal verleend aan de vennootschap ‘De Amsterdamsche Kanaal Maatschappij' (AMK) met als voorzitter Simon Wolf Josephus Jitta (1818-1897).

Een Nederlandse aannemer durfde het werk niet aan te nemen, maar in Engeland waren de heren Lee, die reeds veel ervaring hadden met de aanleg van havens in Engeland, bereid de klus te klaren.

De aanneemsom bedroeg 27 miljoen gulden.

Na 11 jaar graven, dijken aanleggen en bouwen aan sluizen werd op 1 november 1876 het kanaal geopend door Koning Willem III, Josephus Jitta hield de feestrede.

Het project betekende werk voor veel arbeiders, die in vaak erbarmelijke omstandigheden moesten werken en leven.

Een groot deel van het graafwerk bestond nog uit "handarbeid". De penning werd uitgereikt aan hoge beambten en medewerkers in zilver en aan lagere beambten en medewerkers in brons. Willem III ontving een gouden afslag.

 

 

 

Een lithografie van de oorkonde van de openstelling van de haven van IJmuiden. 

"Op heden den I November van den Jare MDCCCLXXVI is door Zijne Majesteit Willem III Koning der Nederlanden / Groot Hertog van Luxemburg, enz. enz; de haven van IJmuiden opengesteld en daardoor de gedachte verwezenlijkt in MDCCCXVI uitgesproken door zijn Doorluchtigen Voorzaat Koning WILLEM I, die AMSTERDAM 's Handel en Scheepvaart den kortsten weg naar Zee wees door HOLLAND OP ZIJN SMALST." 

R.o. tekst "AMSTERCEDAM" / "AMAND. LITH. AMST." 

Zie in de bijlage(n) 'Openingsoorkonde' en 'Handtekeningen'. 

Voor ontwerper Pierre Cuypers

 


 

Penning op het derde eeuwfeest van de inname van "Den Briel".(1872)

Uit de collectie, Paul Callewaert.

 

Eeuwfeestpenning op de inname van "Den Briel".

 

 

Materiaal: Brons.

Massa: 6,32 gram.Diameter: 25,5 mm.

Aanmaakplaats: Utrecht.
Datering: 1872
Vervaardiger: Johan Philip Menger (1818-1895)


Voorzijde: Binnen een verhoogde boord.
Tussen de jaartallen 1572 / 1872
Een zogenaamde "Hollandse tuin met hekken".
Waarin een vrijheidshoed op een speer opgesteld staat.
Deze omgeven met oranjeboomtakken.


Keerzijde: Binnen een verhoogde boord.
Het omschrift:
DAGERAAD ONZER VRIJHEID. 

In het veld, binnen een parelrand in drie regels:
I / APRIL / 1572.


Lit: Museum Rotterdam 58276.

 


 

Penning op "Voltooiing bouw Dom van Keulen" (1880)

Uit de collectie, Paul Callewaert.

 

Penning op Voltooiïng bouw Dom van Keulen.

 

 

 

 

Materiaal: Koper, verzilvert.

Bestaat ook in aluminium en brons afslag.

(Er zijn diverse varianten gekend)

Massa: 41,24 gram.
Diameter: 50,5 mm.
Aanmaakplaats: Keulen.
Datering: Eind 19e eeuw.
Medailleur: Drentwett.


Voorzijde: Binnen een opstaande boord.
Het tafereel van de aanbidding aan H. Maria met kindje Jezus, door de drie koningen.
Tekst in afsnede:
(Oud Duits taalschrift) Anbetung der hl. drei Könige.
Aanbidding van de heilige drie koningen.
DOMBILD ZU CÖLN


Keerzijde: Binnen een opstaande boord.
De kathedraal (Dom) van Keulen.
Omschrift:
DER DOM ZU KÖLN BEGONNEN 1248,
VOLLENDET 1880.
In de afsnede:
DRENTWETT, DIE / KAEMMERER.

 

In 1164 bracht aartsbisschop Rainald van Dassel relikwieën van de heilige Drie Koningen vanuit Italië naar Keulen.

Deze waren een geschenk van keizer Frederik Barbarossa.

Hierna was de kerk niet langer alleen de kathedraal van het bisdom Keulen, maar ook meteen een van de belangrijkste pelgrimskerken in Europa.

Omdat men vond dat deze pelgrims naar een waardige kerk moesten kunnen komen, besloot men in 1225 om de oude dom te vervangen door een nieuw gebouw in de toen moderne Franse gotische stijl.

Men heeft daarop in 1248 het oostkoor laten afbranden.

Op 15 augustus werd onder leiding van bouwmeester Gerhard von Rile begonnen met de bouw van de nieuwe dom.

Men begon met het oostelijke deel naar voorbeeld van de kathedraal van Amiens.

Bij de bouw werd vanaf het begin tot ca. 1560 bijna uitsluitend gebruikgemaakt van trachiet afkomstig van de Drachenfels in het Zevengebergte.

Dit materiaal was eenvoudig aan te voeren.

Nog aan het begin van de 19e eeuw bestond de dom grotendeels uit trachiet.

In 1322 was het gotische koor zover gevorderd dat het kon worden ingewijd.

De relikwieën van de aartsbisschoppen Gero, Reinald van Dassel, Filips I van Heinsberg, Engelbert II van Berg en Koenraad van Hochstaden, die voorheen in de Hildeborg-Dom waren bewaard, werden nu in het nieuwe koor bijgezet.

In 1333 deed de rondreizende Petrarca Keulen aan en sprak zijn bewondering uit over de in aanbouw zijnde dom.

Vervolgens begon men met de bouw van een dwarsschip en twee westelijke torens.

In 1388 was de bouw al zo ver gevorderd dat er op 7 januari een mis kon worden gehouden ter gelegenheid van de opening van de eerste universiteit van Keulen, de Universitas Studii Coloniensis.

In 1410 reikte de zuidelijke toren van de dom tot aan de tweede geleding en werd in een houten klokkenstoel de eerste kerkklok (de Dreikönigenglocke) gehangen.

Als bouwmeester werd inmiddels Nikolaus van Bueren aangesteld, onder wiens leiding in 1437 de klokken in de toen 59 meter hoge zuidtoren konden worden gehangen.

In 1448-49 werden er nog twee andere klokken (de Pretiosa en de Speciosa) gegoten en in de zuidtoren gehangen.

Tegen het eind van de 15e eeuw stagneerde de bouw echter.

Dit had waarschijnlijke verschillende oorzaken, waaronder een verminderde aflaathandel en een kleiner aantal pelgrims.

Geldgebrek en desinteresse leidden uiteindelijk tot een algehele bouwstop in 1528.

Op dat moment was er niet veel meer voltooid dan het koor en de onderste geledingen van de westelijke façade.

Desondanks werd op 5 januari 1531 de latere keizer Ferdinand I in de dom tot koning uitgeroepen.

In de periode 1744-1770 vond er een herinrichting in barokke stijl plaats.

Toen in 1794 de revolutionaire troepen Keulen binnenvielen, ten tijde van de Franse bezetting van Keulen, vluchtten de aartsbisschop en het personeel van de dom en raakte het gebouw beschadigd.

In 1801 werd een concordaat gesloten tussen Napoleon en paus Pius VII, en werd de dom weer als kerkgebouw ingewijd. In de jaren na deze inwijding groeide het enthousiasme voor de voltooiing van dit godshuis, niet in de laatste plaats omdat in 1814 en 1816 originele bouwplannen werden ontdekt uit de vroege veertiende eeuw.

Op 4 januari 1804 keerden de Relikwieën van de Drie Koningen terug in de Dom van Keulen, nadat deze tien jaar eerder vanwege de Franse invasie naar Westfalen waren gebracht.

Bij een inbraak in 1820 werden delen hiervan gestolen.

Op 20 november 1814 verordende Joseph Görres dat de bouw hervat zou worden.

In 1823 werd begonnen met restauratiewerkzaamheden.

Architect Ernst Friedrich Zwirner ontwierp plannen om de bouw te voltooien.

In 1842 zette men de bouw van de kathedraal daadwerkelijk voort.

Ongeveer de helft van het geld kwam uit de Pruisische schatkist, de andere helft kwam van de Centrale Dombouw Stichting.

Men hield zich precies aan de middeleeuwse plannen voor de dom, maar deze werden uitgevoerd met de voor die tijd moderne bouwtechnieken.

In 1846 was het dwarsschip voltooid, ook het houten dakgeraamte was vervangen door een ijzeren dakgeraamte, iets dat bijzonder progressief was voor die tijd.

Het koorwerk was een ontwerp van de Duits-Nederlandse Friedrich Wilhelm Mengelberg. Van 14 tot 16 augustus 1848 werd gevierd dat 600 jaar geleden de eerste steen was gelegd.

Tot 1868 stond er op de zuidelijke toren een door een tredmolen aangedreven bouwkraan, die rond 1350 gemaakt moet zijn en een soort stadssymbool was geworden.

In 1863 was het interieur van de dom helemaal af.

 

In 1880 waren dan uiteindelijk de twee torens voltooid en daarmee ook de bouw van de gehele kathedraal, waarbij de bouwplannen uit de Middeleeuwen waren gevolgd.

Dit was reden voor een groots nationaal feest waar ook de keizer bij aanwezig was.

De dom zou tot de voltooiing van het Munster van Ulm in 1890 de hoogste kerktoren en tot de voltooiing van het Washington Monument in 1884 zelfs het hoogste bouwwerk in de wereld zijn.

 


 

Penning op " Aartshertog Karel Lodewijk van Oostenrijk"(1890)

Uit de collectie, Nico van Schaijk.

 

 

Penning ter nagedachtenis van de laatste gouverneur van de Oostenrijkse Nederlanden.

Materiaal: Brons

Massa: 56 gram.
Diameter: 50 mm.
Aanmaakplaats: Brussel.
Datering: 1890.
Medailleur: Fernand Dubois.

(Naar gebruikinnemeng van de onvoltooide stempel naar het portret van aartshertog Karel Lodewijk van Oostenrijk  1793-1794 van Theodoor Victor Van Berckel 1739-1808)


Voorzijde: Binnen een opstaande boord.

De buste van Aartshertog Karel Lodewijk van Oostenrijk naar rechts gewend.

Het haar in een strik.

Opgekleed in uniform.


Keerzijde: Binnen een opstaande boord.
Tekst in veertien regels.

 

                                BUSTE

                                    DE

                         CHARLES-LOUIS

                   ARCHIDUC D'AUTRICHE 

            GOUVERNEUR GÈNÈRAL DE LA 

                              BELGIQUE 

                           1793____1794

 

   POUR PERPÈTUER UNE ŒUVRE IN ACHEVÈE

                 DE THEODORE VAN BERCKEL.

CONSERVÈE AUJOURD'HUI DANS LA COLLECTION

      DE LÈTAT CETTE MÈDAILLE A ÈTE PUBLIÈE

     AVEC L'AUTORISATION DU GOUVERNEMENT

                  PAR M.M. FERNAND DUBOIS

                         & GEORGES CUMONT

                        BRUXELLES. MDCCCXC

 

Lit.: Berckelgenootschap.

 

Deze penning is ter nagedachtenis van de laatste gouverneur van de Oostenrijkse Nederlanden, aartshertog Karel Lodewijk van Oostenrijk. En bovendien is het een hommage aan de laatste graveur-generaal van de Oostenrijkse Nederlanden Theodoor van Berckel. 

Fernand Dubois en Georges Cumont waren lid van la Société Royale de Numismatique de Belgique en waren de opdrachtgevers van de penning. 

 


 

Gedenk/draagpenning Tuinbouw tentoonstelling Hamburg (1897)

Bodemvondst, Axel. 

 

 

Gedenk-draagpenning Tuinbouw tentoonstelling Hamburg.

 

Materiaal: Koper.

(bestaat ook in zilveren afslag)

Massa: 14.60 gram.

Diameter: 31 mm.
Aanmaakplaats: Stad Hamburg.
Datering: 1897.

 

Voorzijde: Binnen een parelrand.
Opgekleed bloemenmeisje met hoed.
In de linkerhand, een mand met bloemen.
In de rechterhand, een bloementuil.
Deze omgeven door een banderol,
die gescheiden is door het hoofddeksel van het bloemenmeisje.
Tekst in oud Duits taalschrift.
ANDENKEN AN DIE ALLGEMEINE /
GARTENBAU° AUSSTELLUNG


Keerzijde: Binnen een parelrand.
Twee staande leeuwen, die een wapenschild vasthouden.
In het wapen, een zaaling en een spade.
Rondom versiert met bloemenkransen.
Onder het wapen, een banderol in oud Duits taalschrift:
HAMBURG 1897

 


 

Penning/medaille op 100 jaar onafhankelijkheid (1913)

Bodemvondst Gj Bras.

 

 

Penning op 100 jaar onafhankelijkheid.

 

Materiaal: Brons. (bestaat ook in zilveren afslag)

Massa: 13 gram. 

Diameter: 29 mm.

Aanmaakplaats: Utrecht.
Vervaardiger: N.V. Koninklijke Utrechtse fabriek van juwelen, zilverwerk en penningen van C.J. Begeer.
Medailleur: Jacob Jan van Goor.(1874-1956)
Datering: 1913.


Voorzijde: Binnen een omschrift:
DE ZON NEEG NU TER KIM,
RAS ZONK ZE IN 'T AKELIG DUISTER
Havenzicht op Rotterdam, met bewolkte hemel.
In de afsnede: ROTTERDAM / 1913


Keerzijde: Binnen een omschrift:
MAAR EENMAAL RIJST ZIJ WEER,
DOOR NEEVLEN NIET BEZWAARD
Maritiem havenzicht op Rotterdam, met opkomende zon.
Omschift in het veld:
EEUWFEEST DER ONAFHANKELIJKHEID
In afsnede: ROTTERDAM / 1913


 

Bouwpenning op "Raadhuis Veere" (1931)

Uit de collectie, Piet Louws.

 

 

Bouwpenning op "De bevordering van 't herstel van het Raadhuis te Veere" (Zeeland).

 

Materiaal: Zilver (Ag). (bestaat ook in brons-afslag)

Massa: 68,4 gram bij uitgifte. 

Diameter: 60 mm.

Aanmaakplaats: Voorschoten.
Vervaardiger: H.J. Etienne (Delft) (Koninklijk Begeer)
Datering: 1931.


Voorzijde: Binnen een omschrift:
HUIS, EN GOED IS EENE ERVE VAN DE VADEREN

(Spreuk 19, vers 14)
- RESTAURATIE V/H RAADHUIS TE VEERE 1931 -

Het aanzicht van het Raadhuis.

Met samendrukkende wolken,

wat de bedreiging van de ondergang van het pand voorstelt.

Achter het raadhuis, een opkomende zon.,

wat het symbool van luister na herstel voorstelt.

Onder de afbeelding:

BOUWPENNING

 

Keerzijde: Binnen een omschrift:
JE MAINTIENDRAI

(Ik zal behouden)
LUCTOR ET EMERGO

(Ik worstel naar voren)

Verbonden met een lint, de gekroonde wapenschilden van:

Nederland, Zeeland en Veere.

Onderaan tussen de dichtgeknoopte linten,

de initialen van de medailleur HΣ

 

Lit. Collectie Zeeuws Genootschap Gm 1697 (Bronzen afslag).

 

Het stadhuis van Veere werd gebouwd tussen 1474 en 1517 op last van Hendrik IV van Borsele,  door de Vlaamse bouwmeester Andries Keldermans (ca.1400-1481), stadsbouwmeester van Mechelen (B). Het ontworpen door Evert Spoorwater (overleden te Bergen op Zoom,1474).

Eeuwenlang werden vanuit het stadhuis de inwoners van Veere en de omliggende dorpen bestuurd. In ‘De Vierschaar’, de ruimte waarin schout en schepenen recht spraken, is deze sfeer nog tastbaar. Schilderijen en historische voorwerpen, waaronder de bronzen vuisten, vormen een bewijs van de rijke bloeitijd van Veere. Tot de stadhuiscollectie behoren ook historische portretten van de Oranjevorsten, ze hangen in de trouwzaal.

Het is een laat gotisch rechthoekig gebouw met uitgekraagde kleine torens aan de voorzijde. De gevel van ledesteen, is nog vrijwel in de oorspronkelijke staat. Vermoedelijk zijn de dakkapellen een latere toevoeging. Tussen 1931 en 1934 werd het stadhuis grondig gerestaureerd. De stadhuisbeelden, oorspronkelijk gepolychromeerd en in 1517/1518 vervaardigd in het atelier van Michiel Ywijnsz in Mechelen, werden toen vervangen door nieuwe uit het atelier van professor W.O. Wenkebach. Zij stellen de heren en vrouwen van Veere voor uit het roemruchte geslacht der Van Borsele’s. De oorspronkelijke beelden staan sinds 1950 opgesteld in de beeldenzaal van de Schotse Huizen.

Het stadhuis heeft een Lodewijk XV bordes uit 1749 met de spreuk: Gehoorsaamheyt Godts en de Overheyt / Weert der menschen Ongeluck. Het wapenschild van de Oranjes is tijdens de Franse tijd weggebikt en tot op de dag van vandaag blanco. Links voor de gevel de schandsteen, waarop gestraften te kijk werden gezet en daarboven een ketting met stenen, waarmee kwaadsprekende vrouwen door de stad moesten lopen.

Achter het stadhuis de toren, gebouwd door Adriaen de Muer uit Brugge tussen 1594 en 1599. Op de top een windvaan, een oorlogschip met vijf vlaggen, drie van de Van Borseles, één van Oranje-Nassau en één van Zeeland. In de toren een zeldzaam mooi carillon van 35 klokken waarvan er 24 dateren uit 1735 en de laatste 11 klokken in 1949 zijn toegevoegd. Een carillon-concert behoort tot de charmes van Veere. De inwendige indeling van het stadhuis dateert grotendeels uit 1699 toen de Vierschaar werd vergroot. 

 

In 2014/2015 is het stadhuis opnieuw vrijwel volledig gerestaureerd.