Boy-Bischop token/penning.

 
Afbeelding: "De zottenbisschop", L. Maeterlinck, Gent, 1910.

Le genre satirique fantastique et licencieux 

d ans la sculpture Flamande et Wallonne

 

 


 

 

Vastenavond

Vastenavond is een feest dat in de late middeleeuwen een eerste hoogtepunt bereikte, beïnvloed door klassieke nieuwjaarsfeesten en Germaanse lentefeesten enerzijds en door kerkelijke zottenfeesten en de christelijke kalender anderzijds.

De erfenis van de kerkelijke zottenfeesten

Sinds de tiende eeuw zijn er gedocumenteerde berichten bewaard, vaak opgesteld door tegenstanders, over door kloostergemeenschappen en kapittelkerken georganiseerd feestelijk vermaak in de overgang van winter naar lente. 

Bekend zijn de kerkelijke zottenfeesten (festum fatuorum, festum stultorum, festum hypodiaconorum), het ezelsfeest (festum asinorum) en het feest van de kinderbisschop (festum puerorum). Het waren eet- en drinkpartijen die verschillende dagen konden aanhouden en beheerst werden door een alternatieve orde die de ontkenning van de normale hiërarchie inhield. Hoe dan ook was het een feest te midden van ongekende overvloed, in scherp contrast met het aan het kloosterleven eigen sobere en barre bestaan. 

De feesten ontstonden in kloosters en kloosterscholen bij de laagstgeplaatsten, de scholieren, maar breidden zich snel uit over kathedralen en kapittelkerken, waar koorknapen en subdiakens het gebruik overnamen. Opvallend is dat deze kerkelijke gebruiken heel wat verwantschap vertonen met de eerder beschreven klassieke en Germaans-Keltische lente- en nieuwjaarsfeesten.

Als eerste van de kerkelijke zottenfeesten kwamen de feesten der koorknapen voor. Zij kozen, meestal op de dag van de onnozele kinderen (28 december), in kapittelkerken een kinderbisschop en in kloosters een kinderabt. Soms gebeurde dit al op Sinterklaas (6 december). Zijn heerschappij heerste in dit geval tot de dag van de onnozele kinderen. De verkiezing van de spotbisschop had een officieel karakter. De verkozene kreeg een mijter op het hoofd en een staf in de hand. Hij mocht zich dus tooien met de uiterlijke kenmerken van een echte bisschop, al werden aan de mijter belletjes gehangen en eindigde de staf op een zotskolf. Ook in gebaar gedroeg de kinderbisschop zich als een werkelijke bisschop. Hij bad de gebeden voor, werd bewierookt en zegende uitvoerig zijn aanhang. Hij stelde een eigen kerkelijke hofhouding, een eigen zangmeester en een kapelaan aan. Alle gestelde handelingen kregen een absurde accentuering mee: wierook werd vervangen door brandende schoenzolen, wijwater door urine, teksten werden geproclameerd in onverstaanbaar en obsceen brabbellatijn en liederen werden gezongen met snerpend hoge stem.

Het kinderfeest werd al snel overgenomen door alle rangen van de Kerk. Deze verbreding deed zich voor in de dertiende en veertiende eeuw. We kunnen de evolutie volgen via heel wat kerkelijke verbodsbepalingen. Deze bepalingen zijn er al van bij het opduiken van de feesten. Vaak zijn ze van lokale aard. Zo verbood de aartsbisschop van Salzburg in 1274 het kinderfeest dat toen al gevierd werd door de gehele geestelijkheid. Hij wou het feest bannen uit de kerken en kloosters en eiste dat geestelijken, ouder dan zestien jaar, zouden verzaken aan de festiviteiten. Toch bleef het feest bestaan. Meer nog, het evolueerde. Vaak werd de bisschop omgekeerd op een ezel gezet en zo, met het hoofd naar de staart, de kerk rondgereden. Het altaar werd versierd met dierlijke uitwerpselen, die als hosties werden gezegend. In 1435 bepaalde een besluit van het Concilie van Bazel dat alle schertsende vertoningen uit de kerken verbannen dienden te worden. Dit besluit werd voor Frankrijk omgezet in enkele kerkelijke wetten (1438).

 

Het haalde weinig uit. In 1445 schreef de faculteit theologie in Parijs een protestbrief aan bisschoppen en kanunniken. Hierin klaagden ze misstanden aan die nog steeds in menige kloostergemeenschap voorkwamen. Dankbaar maken we gebruik van de beschrijving: priesters droegen maskers tijdens de eucharistieviering terwijl geestelijken dansten in het koor, verkleed als vrouwen, koppelaars en muzikanten. In plaats van psalmen werden liederen met schunnige teksten gezongen. Op het altaar vervingen zwarte pudding en vette worsten brood en wijn. Na de viering traden de feestvierders naar buiten: met wagens en karren werden processies nagebootst waarbij de geestelijken zich provocerend tot het publiek richtten: men zong smerige liederen en vertoonde obscene gedragingen als naaktdansen.

Vanaf de veertiende eeuw werden de kerkelijke zottenfeesten meer en meer op de straat gevierd. Het is op zichzelf al van betekenis dat alle vermelde schertsbisschoppen die we de in de Nederlanden tegenkomen, op de bisschop van Watten na, handelen in stedelijk perspectief. Hollandse en Henegouwse grafelijke rekeningen geven aan dat de kinderbisschop vanaf 1343, op verschillende data in december en januari, als een echte hoogwaardigheidsbekleder op bezoek ging bij ambtsgenoten uit andere steden. Met zang, spel, geschenken en geld werd hij ingehaald. 

De kerkelijke zottenbisschoppen worden geleidelijk aan een exponent van de stedelijke feestcultuur. De stadsbewoners, geïnspireerd door de tradities onder de plaatselijke scholieren, benutten maar al te graag het gebeuren om in aangepaste vormen mee te doen.

Het is duidelijk dat het kerkelijke zottenfeest, dat tot zeer ver in de middeleeuwen terugreikt, een belangrijke aanzet vormt tot de vastenavondviering. Bovendien verbindt het deze feesten met de Klassieke Oudheid. Als we oog hebben voor het uiterlijk vertoon dat de vastenavondviering in de middeleeuwse stad zal kenmerken, wordt de geschetste drievoudige erfenis het meest voor de hand liggende antwoord op de vraag naar de herkomst van de vastenavondviering in Europa.
 
Bron: Wim Beelaert

Boy bischop token St-Edmund (BBT/SE 01)

 

Uit de collectie, Dimidov.

 

 

 

Boy bischop penning.

Juiste functie/datering van deze penning is onbekend.

 

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Diameter: 16 mm.

Massa: 1,68 gram.
Aanmaakplaats: z.pl. Bury St-Edmund.

(mogelijks waren er meerdere plaatsen van fabricage van dit soort penningen, waaronder Suffolk, Ipswich en Ely. Maar word hoofdzakelijk toegeschreven aan Bury St-Edmunds)
Datering: z.j. Ca. 1470-1539


Voorzijde: Binnen een binnencirkel.

Bisschops-mijter.

Omsloten met een omschrift:

❀ SΛNCTVS NICHOLΛVS . OΛ

Wat wil zeggen: Sint Nikolaas.(Sinterklaas)

 

Keerzijde: Binnen een binnencirkel.

Lang smal glad gevoet kruis.

De kuisvoeten doorbreken het omschrift.

In de kwartieren, telkens drie bolletjes/pellets.

Omschrift:

:ΛVЄ / :RЄX / :GЄN / :TIS.

Voluit: Ave rex gentis anglorum.

Wat wil zeggen: Zie de koning van het Engelse volk.

 

(Een verwijzing naar een volkslied gezongen naar St-Edmund in de abdij van Bury)

 

Lit.: Rigold 1978 pag. 94-95. (Bury serie 1G)

 

Het idee van jongens-bisschoppen was een traditie die in de Middeleeuwen populair was in West-Europa, en in de 16e eeuw zijn hoogtepunt bereikte en zelfs tot in de 19e eeuw op sommige plaatsen bleef bestaan. 

De gewoonte van de jongensbisschop was afkomstig van Sinterklaas vanwege zijn benoeming tot bisschop van Myra op jonge leeftijd.

De keuze voor een jongensbisschop zou beginnen op Sinterklaasdag, 6 december. 

Een koorjongen zou worden gekozen om de rol van bisschop over te nemen tot de 

"Dag van de Onnozelaars" op 28 december. 

De koorjongen die gekozen werd, zou als waarnemend bisschop, gekleed in volledige bisschoppelijke regalia, processies leiden, vakanties uitschrijven,snoep, geschenken en tokens uitgeven.

 De tokens werden uitgedeeld door de Boy Bishop en konden worden uitgegeven of uitgewisseld, hoogstwaarschijnlijk voor snoep of aalmoezen.


 

 

Boy bischop token St-Edmund (BBT/SE 02)

 

Uit de collectie, Paul Callewaert.

 

 

 

Boy bischop penning.

Juiste functie/datering van deze penning is onbekend.

 

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Diameter: 17 mm.

Massa: 1,52 gram.
Aanmaakplaats: z.pl. Bury St-Edmund.

(mogelijks waren er meerdere plaatsen van fabricage van dit soort penningen, waaronder Suffolk, Ipswich en Ely. Maar word hoofdzakelijk toegeschreven aan Bury St-Edmunds)
Datering: z.j. Ca. 1470-1539


Voorzijde: Binnen een binnencirkel.

Bisschops-mijter.

Omsloten met een omschrift:

 SΛNCTVS NICHOLΛVS . OΛ

Wat wil zeggen: Sint Nikolaas.(Sinterklaas)

 

Keerzijde: Binnen een binnencirkel.

Lang smal glad gevoet kruis.

De kuisvoeten doorbreken het omschrift.

In de kwartieren, telkens drie bolletjes/pellets.

Omschrift:

:ΛVЄ / :RЄX / :GЄN / :TIS.

Voluit: Ave rex gentis anglorum.

Wat wil zeggen: Zie de koning van het Engelse volk.

 

(Een verwijzing naar een volkslied gezongen naar St-Edmund in de abdij van Bury)

 

Lit.: Rigold 1978 pag. 94-95. (Bury serie 1G); Edward Fletcher, Token & Tallies Through the Ages, pag.35.

 

 


 

Boy bishop token St-Edmund (BBT/SE 03)

Uit de collectie, Paul Callewaert.

 

 

 

Boy bischop penning.

Juiste functie/datering van deze penning is onbekend.

 

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Diameter: 15,7 mm.

Massa: 1,76 gram.
Aanmaakplaats: z.pl. Bury St-Edmund.

(mogelijks waren er meerdere plaatsen van fabricage van dit soort penningen, waaronder Suffolk, Ipswich en Ely. Maar word hoofdzakelijk toegeschreven aan Bury St-Edmunds)
Datering: z.j. Ca. 1470-1539


Voorzijde: Binnen een binnencirkel.

Bisschops-mijter.

Omsloten met een omschrift:

 SΛNCTVS : NICHOLΛVS 

Wat wil zeggen: Sint Nikolaas.

 

Keerzijde: Binnen een binnencirkel.

Lang smal glad gevoet kruis.

De kuisvoeten doorbreken het omschrift.

In de kwartieren, telkens drie bolletjes/pellets.

Omschrift:

ΛVЄ / RЄX / GЄN / TIS :

Voluit: Ave rex gentis anglorum.

Wat wil zeggen: Zie de koning van het Engelse volk.

 

(Een verwijzing naar een volkslied gezongen naar St-Edmund in de abdij van Bury)

 

Lit.: Rigold 1978 pag. 94 F; Edward Fletcher, Token & Tallies Through the Ages, pag.35.

 

 


 

Boy bischop token St-Edmund (BBT/SE/G 01)

 

Uit de collectie, Paul Callewaert.

 

 

Boy bischop penning, naar type "Groat".

Juiste functie/datering van deze penning is onbekend.

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Diameter: 25,5 mm.

Massa: 4,05 gram.

Aanmaakplaats: z.pl. Bury St-Edmund.

(mogelijks waren er meerdere plaatsen van fabricage van dit soort penningen, waaronder Suffolk, Ipswich en Ely. Maar word hoofdzakelijk toegeschreven aan Bury St-Edmunds)

Datering: z.j. Ca. 1485-1530

 

Voorzijde: Binnen een binnencirkel.

Jong aangezicht iets naar rechts gericht,

met bisschopmijter bezet met edelstenen.

Ter weerszijden:

Rechts de gespiegelde letter N, met een kromstaf naar rechts.

Links de letter S, met kromstaf naar links

Omsloten met een omschrift:

SΛNCTЄ : NIChOLΛЄ : ORΛ : PRO : NO

 

Keerzijde: Binnen een dubbel omschrift.

Lang smal glad gevoet kruis.

De kruisarmen doorbreken het omschrift.

In de kwartieren, telkens drie bolletjes/pellets.

Centraal een (passer) punt.

Omschrift in de buitenbaan:

ЄCCЄ / NOVΛ / FΛCIO / OmNIΛ

Omschrift in de binnenbaan:

ΛVЄ / RЄX / GЄn / TIS

Voluit: Ave rex gentis anglorum.

Wat wil zeggen: Zie de koning van het Engelse volk.

Naar een verwijzing van een volkslied, naar St-Edmund in de abdij van Bury.

 

Lit.: Mitchiner & Skinner II, groep Pi, 1. VF.

 

 


 

Boy bischop token St-Edmund (BBT/SE/G 02)

 

   

 

 

Boy bischop penning, naar type "Groat".

Juiste functie/datering van deze penning is onbekend.

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Diameter: 25 mm.

Massa: Onbekend.

Aanmaakplaats: z.pl. Bury St-Edmund.

(mogelijks waren er meerdere plaatsen van fabricage van dit soort penningen, waaronder Suffolk, Ipswich en Ely. Maar word hoofdzakelijk toegeschreven aan Bury St-Edmunds)

Datering: z.j. Ca. 1485-1530

 

Voorzijde: Binnen een binnencirkel.

Jong aangezicht iets naar rechts gericht,

met bisschopmijter bezet met edelstenen.

Ter weerszijden:

Rechts de gespiegelde letter N, met een kromstaf naar rechts.

Links de letter S, met kromstaf naar links

Omsloten met een omschrift:

SΛNCTЄ : NIChOLΛЄ : ORΛ : PRO : NO

 

Keerzijde: Binnen een dubbel omschrift.

Lang smal glad gevoet kruis.

De kruisarmen doorbreken het omschrift.

In de kwartieren, telkens drie bolletjes/pellets.

Centraal een (passer) punt.

Omschrift in de buitenbaan:

ЄCCЄ / NOVΛ / FΛCIO / OmNIΛ

Omschrift in de binnenbaan:

ΛVЄ / RЄX / GЄn / TIS

Voluit: Ave rex gentis anglorum.

Wat wil zeggen: Zie de koning van het Engelse volk.

Naar een verwijzing van een volkslied, naar St-Edmund in de abdij van Bury.

 

Lit.: Mitchiner & Skinner II, groep Pi, 1. VF.

 

 


 

Boy bischop token St-Edmund (BBT/SE/G 03)

 

    

 

Boy bischop penning, naar type "Groat".

Juiste functie/datering van deze penning is onbekend.

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Diameter: 25 mm.

Massa: Onbekend.

Aanmaakplaats: z.pl. Bury St-Edmund.

(mogelijks waren er meerdere plaatsen van fabricage van dit soort penningen, waaronder Suffolk, Ipswich en Ely. Maar word hoofdzakelijk toegeschreven aan Bury St-Edmunds)

Datering: z.j. Ca. 1485-1530

 

Voorzijde: Binnen een binnencirkel.

Jong aangezicht iets naar rechts gericht,

met bisschopmijter bezet met edelstenen.

Ter weerszijden:

Rechts de gespiegelde letter N, met een kromstaf naar rechts.

Links de letter S, met kromstaf naar links

Omsloten met een omschrift:

SΛNCTЄ : NIChOLΛЄ : ORΛ : PRO : NO

 

Keerzijde: Binnen een dubbel omschrift.

Lang smal glad gevoet kruis.

De kruisarmen doorbreken het omschrift.

In de kwartieren, telkens drie bolletjes/pellets.

Centraal een (passer) punt.

Omschrift in de buitenbaan:

ЄCCЄ / NOVΛ / FΛCIO / OmNIΛ

Omschrift in de binnenbaan:

ΛVЄ / RЄX / GЄn / TIS

Voluit: Ave rex gentis anglorum.

Wat wil zeggen: Zie de koning van het Engelse volk.

Naar een verwijzing van een volkslied, naar St-Edmund in de abdij van Bury.

 

Lit.: Mitchiner & Skinner II, groep Pi, 1. VF.

 

 


 

Boy bischop token St-Edmund (BBT/SE/G 04)

   

 

 

Boy bischop penning, naar type "Groat".

Juiste functie/datering van deze penning is onbekend.

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Diameter: 25 mm.

Massa: Onbekend.

Aanmaakplaats: z.pl. Bury St-Edmund.

(mogelijks waren er meerdere plaatsen van fabricage van dit soort penningen, waaronder Suffolk, Ipswich en Ely. Maar word hoofdzakelijk toegeschreven aan Bury St-Edmunds)

Datering: z.j. Ca. 1485-1530

 

Voorzijde: Binnen een binnencirkel.

Jong aangezicht iets naar rechts gericht,

met bisschopmijter bezet met edelstenen.

Ter weerszijden:

Rechts de gespiegelde letter N, met een kromstaf naar rechts.

Links de letter S, met kromstaf naar links

Omsloten met een omschrift:

SΛNCTЄ : NIChOLΛЄ : ORΛ : PRO : NO

 

Keerzijde: Binnen een dubbel omschrift.

Lang smal glad gevoet kruis.

De kruisarmen doorbreken het omschrift.

In de kwartieren, telkens drie bolletjes/pellets.

Centraal een (passer) punt.

Omschrift in de buitenbaan:

ЄCCЄ / NOVΛ / FΛCIO / OmNIΛ

Omschrift in de binnenbaan:

ΛVЄ / RЄX / GЄn / TIS

Voluit: Ave rex gentis anglorum.

Wat wil zeggen: Zie de koning van het Engelse volk.

Naar een verwijzing van een volkslied, naar St-Edmund in de abdij van Bury.

 

Lit.: Mitchiner & Skinner II, groep Pi, 1. VF.

 


 

Boy bischop token Prior of Norwich (BBT/PN/G 01)

 

 

Boy bischop penning, naar type "Groat".

Juiste functie/datering van deze penning is onbekend.

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Diameter: 25 mm.

Massa: 4 gram.

Aanmaakplaats: z.pl. Brakendon/Brakendale, Prior of Norwich.

Datering: z.j. Ca. midden 15e eeuw.

 

Voorzijde: Centraal gelegen.

Jong aangezicht iets naar rechts gericht,

met bisschopmijter bezet met edelstenen.

Ter weerszijden van het personage:

Links de letter S.

Rechts de letter N.

(Saint-Nicholas)

Omsloten met een omschrift, tussen twee cirkels.

PIЄ . NICOHOLΛЄ . ORΛ . PRO . NOBIS

 

Keerzijde: Binnen een dubbel omschrift.

Lang smal glad gevoet kruis.

De kruisarmen doorbreken het omschrift.

In de kwartieren, telkens drie bolletjes/pellets.

Centraal een (passer) punt.

Omschrift in de buitenbaan:

VOS VO / CASTI / SЄ MЄ Є / CCЄ ΛO

Omschrift in de binnenbaan:

ЄCCE / SΛCЄ / DOSM / ΛGNVS 

 

 


 

Penning "Zotten-penning" op Pierre D'Autie.

Uit de collectie van, Dimidov.

 

 

Zotten-penning.

De juiste functie/datering/aanmaakplaats van deze penning is onbekend.

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Massa: 3,84 gram.

Diameter: 21 mm.
Aanmaakplaats: z.pl. Onbekend.
Datering: z.j. Ca. 16e eeuw.


Voorzijde: Binnen een omschrift.
Een wapenschild, met daarboven een kromstaf naar links gewend.

De kromstaf, komt in het omschrift.

Het wapen toont een keeper, 

met in de kwartieren telkens een adelaar met gespreide vleugels.
Omschrift:

MOn PETRI DAVTIE EP InOCETV'.

 

Keerzijde: Binnen een omschrift.

Links, een staande bisschop, getooid met mijter.

In derechterhand een kromstaf.

Rechts, een staande personage als zot verkleed.

Beiden staande onder een wan/baldakijn.

("Wan" staat voor "wind", "c' est du vent", "je kan dat niet serieus nemen".)

Omschrift:

QOCVQ3 . LIGAVERIS /// RRA ERIT

Voluit: Quodcumque ligaveris super terram, erit ligatum in caelis.

Wat wil zeggen: Wat gij op aarde zult verbinden, zal verbonden zijn in de hemelen.

 

Lit.: Maandblad voor Numismatiek Brugge 12e jaargang pp,25-32.

Door Redgy Dewulf.

Het zottengeld maakt een zeer bijzonder deel uit van de numismatiek.

En werd reeds eerder toegelicht onder meer in het artikel van E. Schutyser.

"Over onnozele kinderen, zottenfeesten, ezelsbisschoppen en carnaval"

In de middeleeuwen waren de zottenfeesten een serie van festiviteiten van verschillende aard gaande van Sint- Niklaas tot begin mei waarbij, in de kathedralen, de klerken de rol innamen van de bisschoppen of van het kapittel. Deze omkering van waarden ging gepaard met allerlei lichtzinnig en grillig gedrag en ook met de uitdeling van zottengeld in lood. Waarschijnlijk betrof het hier heidense of zelfs antieke gebruiken, die na de kerstening waren blijven voortleven.

Baanbreker inzake het onderzoek naar het zottengeld was M.J. Rigollot met zijn 

"Monnaies inconnues des évéques des innocens, des fous ..." Parijs 1837.

Onder nummer 58 in zijn boek vermelde hij een stuk uit Amiens, XVIe eeuw.

Alfred Demailly geeft in zijn " Monnaies des évéques des innocents papes des sots.."

Amiens 1906, een klassement van de zottenpenningen naar zekere kenmerken op die stukken. Onder de zottenpenningen die "enkel de naam van de bisschop vermelden", geeft hij ook het stuk op dat de naam Pierre Pautie draagt (p.10).

Recentelijk heeft Christelle Marillier in haar eindverhandeling over de mereaus van de zottenfeesten te Amiens het eveneens over Pierre Pautie.

Wanneer men de penning nader bekijkt, ziet men dat de P van Pautie, in feite een naar voor gekrulde D is, zoals vaak gebruikt op mereaus in de XVIe eeuw. 

Wat volgens Redgy Dewulf, men het moet hebben over ene Pierre Dautie.

Rigollot en zijn tekenaar hebben door de slechte staat van het door hen onderzochte stuk een foutje gemaakt, met de nodige gevolgen. Demailly en Marillier hebben gekopieerd van Rigollot en zijn niet meer terug naar de bron (het stuk zelf) gaan zien of hebben dat niet meer gekund.

Nu is Pautie helemaal geen bekende Franse achternaam, maar de naam Dautie verklaart meer gegevens ! D'Autie ("van Autie"). Autie (tegenwoordig Authie geheten) is een gemeente in het departement van de Somme, regio Nord-Pas-de-Calais-Picardie.

Conclusie:

Deze precisering maakt dit, reeds interessante, stuk nog levendiger. Pierre was afkomstig van Autie, gelegen tussen Arras en Amiens. In de laatste stad is hij een zottenbisschop geweest op wiens naam "munt" is gemaakt en uitgedeeld.

 

 


 

Penning "Zottenbisschop".

 


Bodemvondst, Eddy Huygens.

 

 

 

 

Zotten-penning.

Licht gefragmenteerd aan de randen.

De juiste functie/datering/aanmaakplaats van deze penning is onbekend.

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Massa: 4,3 gram.

Diameter: 23,11 mm.
Aanmaakplaats: z.pl. Stad Amiens.
Datering: z.j. Ca. begin 16e eeuw.


Voorzijde: Binnen een omschrift.

 ♔ CHARTOS ..OUVIR (?)

In het veld.
    Ω

S O T

(SONT) (?)

Wat wil zeggen: Dwaas

Centraal een (passer) punt.

 

Keerzijde: Binnen een omschrift.

♔ QVI A TOVS VA PLAIR'

(vervolg van op de voorzijde)

Wat wil zeggen:

Die aan allen gaat bevallen.

Een gevoet glad kruis.

Met in de kwartieren, de letters:

I / N / O / C

Voluit: Innocents

Wat wil zeggen:

Onschuldigen.

 

 

Lit.: Rigollot 81 (bewerkte tekening)

Maandblad voor Numismatiek Brugge 12e jaargang pp,25-32.

Door Redgy Dewulf.

Het zottengeld maakt een zeer bijzonder deel uit van de numismatiek.

En werd reeds eerder toegelicht onder meer in het artikel van E. Schutyser.

"Over onnozele kinderen, zottenfeesten, ezelsbisschoppen en carnaval"

In de middeleeuwen waren de zottenfeesten een serie van festiviteiten van verschillende aard gaande van Sint- Niklaas tot begin mei waarbij, in de kathedralen, de klerken de rol innamen van de bisschoppen of van het kapittel. Deze omkering van waarden ging gepaard met allerlei lichtzinnig en grillig gedrag en ook met de uitdeling van zottengeld in lood. Waarschijnlijk betrof het hier heidense of zelfs antieke gebruiken, die na de kerstening waren blijven voortleven.

Baanbreker inzake het onderzoek naar het zottengeld was M.J. Rigollot met zijn 

"Monnaies inconnues des évéques des innocens, des fous ..." Parijs 1837.

 


 

 

Penning "De Bisschop der onnozelen".

 

Uit de collectie van, Dimidov.

 

 

 

Méreaux/penning naar, "Bisschop der onozelen" (?)

Lacune door gietfout (?) of perforatie (?) 

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Massa: 4,50 gram.
Afmetingen: 23 mm x 25 mm.
Aanmaakplaats: z.pl. (Amiens, Abbeville ?)
Datering: z.j. Ca. 15e eeuw.


Voorzijde: Binnen een omschift, tussen twee cirkels.

Een staande H. Michaël, die de draak verslaat.

Omschrift: 

SANCTE MICHAELE ARCH

Wat wil zeggen: De aartsengel Michaël.

 


Keerzijde: Binnen een omschrift, tussen twee cirkels.

Een wapenschild, gefankeerd aan beide zijden met een lauwertak.

Omschrift:

SANCTO . HLVDOVICE EPISCO