Eigendomslood Johannes Streewel (JS 01)

Bodemvondst, Gosse van der Veen.

 

Eigendomslood op naam van Johannes Streewel.

 

Materiaal: Lood/tin legering.
Afmetingen: 50 mm. x 57 mm.
Massa: Onbekend.

Aanmaakplaats: Leeuwarden.

Datering: z.j. Ca. 1725-1775

 

 

Voorzijde: Gelegen op een ui-vormig plaatje.

In vier regels:

   IOHANNES

   STREEWEL

        TOT

LEEUWARDEN

Ter weerszijden van de letters TOT

Een naar buiten gekeerde en liggende "Fleur de lys".

Onderaan drie doorboringen, voor bevestiging/opnaaiïng.

Keerzijde: Gelegen op een ui-vormig plaatje.

Een asymmetrisch schelpmotief/Rocaille.

Vergezeld van C-voluten.

Het geheel omsloten met een parelrand-versiering.

 

Literatuur/bronnen:

 

Er zijn namelijk twee personen die de naam dragen van Johannes Streewel, en rond dezelfde periode hebben geleefd. 

Een (Johannes Strewel) die op 12 mei 1776 in de Westerkerk is gehuwd  met Anna Catherina Niebergal. (Archief Leeuwarden, archief 28, inventarisnr. 0913, 26 april 1776, Trouwregister Gerecht Leeuwarden, aktenummer 1660)

En Johannes Streewel overleed op 19 januari 1778 en werd begraven op het Oldehoofsterkerkhof. (Archief Leeuwarden, archief 28, Registratienr.921, Aktenr.3072, Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmaatboeken (DTBL) Tresoar, Deel: 921.

En worden ook vermeld in de literatuur van Joh. Seydel (Januari 1784) Aan de edelachtbare magistraat en vroedschap der stad Leeuwarden pag.5.

En voor de politieke kruyer, volume 6 in verband met de Schutterij van Leeuwarden pag.205

De veronderstelling gaat uit dat het loodje voor de persoon Johannes Streewel is die is gehuwd met Anna Niebergal. En overleed op 5 januari 1797.

 

De typische Rococo stijl van het loodje, met de speelse en slingerende ornamenten.

Was vooral geliefd bij adelijke personen en de rijke burgerij.

Alsook de versiering met de "Fleur de lys" verwijst min of meer naar de rijkere burgerij.

Momenteel, zijn reeds drie identiek gegoten exemplaren gekend met de naam van Johannes Streewel.

 


 

 

 

Eigendomslood Johannes Streewel (JS 02)

Bodemvondst, Wilfred de Haan.

 

Eigendomslood op naam van Johannes Streewel.

 

Materiaal: Lood/tin legering.
Afmetingen: Onbekend.
Massa: Onbekend.

Aanmaakplaats: Leeuwarden.

Datering: z.j. Ca. 1725-1775

 

 

Voorzijde: Gelegen op een ui-vormig plaatje.

In vier regels:

   IOHANNES

   STREEWEL

        TOT

LEEUWARDEN

Ter weerszijden van de letters TOT

Een naar buiten gekeerde en liggende "Fleur de lys".

Onderaan drie doorboringen, voor bevestiging/opnaaiïng.

Keerzijde: Gelegen op een ui-vormig plaatje.

Een asymmetrisch schelpmotief/Rocaille.

Vergezeld van C-voluten.

Het geheel omsloten met een parelrand-versiering.

 

Literatuur/bronnen:

 

Er zijn namelijk twee personen die de naam dragen van Johannes Streewel, en rond dezelfde periode hebben geleefd. 

Een (Johannes Strewel) die op 12 mei 1776 in de Westerkerk is gehuwd  met Anna Catherina Niebergal. (Archief Leeuwarden, archief 28, inventarisnr. 0913, 26 april 1776, Trouwregister Gerecht Leeuwarden, aktenummer 1660)

En Johannes Streewel overleed op 19 januari 1778 en werd begraven op het Oldehoofsterkerkhof. (Archief Leeuwarden, archief 28, Registratienr.921, Aktenr.3072, Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmaatboeken (DTBL) Tresoar, Deel: 921.

En worden ook vermeld in de literatuur van Joh. Seydel (Januari 1784) Aan de edelachtbare magistraat en vroedschap der stad Leeuwarden pag.5.

En voor de politieke kruyer, volume 6 in verband met de Schutterij van Leeuwarden pag.205

De veronderstelling gaat uit dat het loodje voor de persoon Johannes Streewel is die is gehuwd met Anna Niebergal. En overleed op 5 januari 1797.

 

De typische Rococo stijl van het loodje, met de speelse en slingerende ornamenten.

Was vooral geliefd bij adelijke personen en de rijke burgerij.

Alsook de versiering met de "Fleur de lys" verwijst min of meer naar de rijkere burgerij.

Momenteel, zijn reeds drie identiek gegoten exemplaren gekend met de naam van Johannes Streewel.

 


 

 

 

Gildepenning 1717 "Koekbakkers" (?)

 


Bodemvondst, Carla van Duinen.

 

 

(Onder voorbehoud van juistheid)

Gegraveerde penning Koekbakkersgilde (?)

Gevonden Regio Ferwerderadeel (Friesland)

 

Materiaal: Messing.
Diameter: 43 mm.
Massa: 13,90 gram.

Aanmaakplaats: z.pl. Onbekend (Leeuwarden ?)

Datering: 1717

 

Voorzijde: Binnen een bladerkrans.

JAN JAPICKS

met daarboven een platte kroon.

Onder de naam van de eigenaar,

het jaartal 1717

 

Keerzijde: Binnen een fijne cirkel.

Huismerkteken/bakkersmerk.

Geflankeerd aan beide zijden met de letter I

 

Lit.: (Onder voorbehoud) Naar model Koekbakkers, Wittop Koning, Leeuwarden 7.1 & 7.2 .

 


 

Gildepenning Vleeshouwers 1678

Bodemvondst, Fabian Noordhuis.

 

 

Gildepenning Vleeshouwers.

Op naam van Meester vleeshouder Jan Arents.

Gegraveerde uitvoering.

Voorzien van doorboring voor ophanging.

 

Materiaal: Messing.

Massa: 26,72 gram.
Diameter: 50 mm.
Aanmaakplaats: z.pl.  Leeuwarden.
Datering: 1678.


Voorzijde: Binnen een vruchtdragende bladerkrans.

Onderaan dichtgebonden met een strik.

Centraal, een staande stier/os naar rechts gewend.

 

Keerzijde: Binnen een fijne cirkel.

Onder en boven, een krulversiering.

In vier regels:

  Jan Arents

Mt Vleeshouwer

Den i Augustus

   Anno 1678

 

 

Lit.: Wittop Koning , Leeuwarden 4.1 ; Dirks CX VIII.41.

 

 


 

Méreaux Hoeksterkerk/Catharina van Hoek.

Bodemvondst, Joey Wolf.

 

Méreaux/penning Hoeksterkerk of Catharinakerk van Hoek.

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Massa: 2,23 gram.
Diameter: Ø 13 mm.

Aanmaakplaats: Leeuwarden.

Datering: z.j. Ca. Eind 15e eeuw begin 16e eeuw

 

Voorzijde: Gelegen op een glad veld.

Huismerkteken van de Hoeksterkerk.

Een gedeelde ruit, getopt met een kruis.

Onderste kwartier de letter

H

Hoeksterkerk. 

Bovenste kwartier een klein gevoet kruis.

 

 

Keerzijde: Gelegen op een glad veld.

De letter 

C

Catharinakerk van Hoek.

 

Lit.: Reliwiki, Leeuwarden, Voorstreek 106 - Hoeksterkerk.

Rijksmonument 24438

 

De Hoeksterkerk of Catharinakerk van Hoek was in de middeleeuwen één van de drie parochiekerken van Leeuwarden. De ander twee waren de kerken van Oldehove en Nijehove. Bij de reformatie in 1580 raakte de kerk haar kerkelijke functie kwijt. Het gebouw heeft daarna een groot aantal verschillende functies gehad, zoals provinciaal wapendepot, werkhuis voor de armen, zijdeweverij, bedelaarsgesticht en stadsziekenhuis. Na een verbouwing in 1834 heeft het gebouw zijn kerkse karakter verloren en oogt het als een gewoon herenhuis. Bij een brand in 1985 van het naastgelegen pand kwamen sporen van de oude middeleeuwse ramen tijdelijk weer tevoorschijn en werd duidelijk dat dit pand restanten van de oude kerk bevat.

 

 


 

Evangelisch-Lutherse Gemeente Leeuwarden (?)

Bodemvondst, Boazum (Friesland).

Uit de collectie Marco van der Harst.

 

Penning Lutherse gemeente Leeuwarden (?).

De juiste functie/datering/aanmaakplaats van deze penning is niet gekend.

 

Materiaal: Messing.

Massa: Onbekend.
Diameter: Ø 28 mm.

Aanmaakplaats: z.pl.  Leeuwarden (?).
Datering: z.j. Ca. eind 17e eeuw, begin 18e eeuw.


Voorzijde: Binnen een dubbele parelkrans,

een arabesk versiering.

Centraal op het veld tussen horizontale parellijnen.

In vij regels.

 ✶ ECCE 

 ANGVS.D

EI. QVI . TO

 LLIT: PEC

  CATAM

Ecclesia, Angus dei qui tollit peccatam.

Kerk, Het Lam Gods dat de zonde wegneemt.

 

Keerzijde: Binnen een dubbele parelkrans,

een tulpenkrans naar links.

Centraal op het veld, het Lam Gods naar links.

De kop met nimbus naar rechts.

De linker voorpoot opgetrokken.

waarin een rechts gerichte kruisbanier rust.

De vaan met kruis naar rechts.

 

 

 


 

 

Gevangenisgeld 10 Cent.

Gevangenisgeld t.w.v. 10 Cent.

 

De juiste datering/aanmaakplaats van deze penning is niet gekend.

 

Materiaal: Zink.

Massa: 4.48 gram.
Diameter: Ø 24 mm.

Aanmaakplaats: z.pl. Utrecht.
Datering: z.j. Ca. 19e eeuw.


Voorzijde: Binnen een brede gladde boord, en parelcirkel.

Centraal de sierlijke letter 

L

Leeuwarden

Omschrift.

STRAF -GEVANGENIS .

 

 

Keerzijde: Binnen een brede gladde boord, en parelcirkel.

Centraal de waardebepaling. 

   10 

CENTS.

 

In 1834 voerde de Minister van Binnelandse Zaken uniforme betaalpenningen in en werden de particulier vervaardigde stukken buiten omloop gesteld.

Dit nieuwe uniforme gevangenisgeld is vervaardigd door de Munt in Utrecht.

Op de voorzijde is in het midden ruimte gelaten voor het inslaan van een "Stadsletter" in de gevangenis zelf. Munten zonder stadsletter kunnen overigens ook afkostig zijn uit niet gebruite voorraden van andere gevangenissen.