Geschiedenis over de abdij O.L.Vrouw Ten Duinen, Koksijde.

(Bron: Wikipedia)

Er vormde zich in 1107 een kleine kloostergemeenschap rond de kluizenaar Ligerius, die zich aansloot bij de Orde van Savigny. De Franse abt Fulco sloot zijn snel groeiende gemeenschap, op verzoek van Sint-Bernardus, die abt was van de Abdij van Clairvaux, aan bij de cisterciënzers door in 1175 de abdij Ter Doest van de norbertijnen over te nemen. Idesbald legde hier zijn geloften af en werd later (1155) tot abt verkozen. Abten van de abdij hadden zitting in de Raad van Vlaanderen en deden hun invloed gelden binnen de diplomatie. Enkele waren persoonlijke raadgevers van de hertogen van Bourgondië.

Onder abt Elias kende de kloostergemeenschap (dan 112 monniken en 355 lekenbroeders) een bloeiperiode met bezittingen in Nederland en Frankrijk. Elias was zelfs raadsman van koning Richard Leeuwenhart. Om in de behoeften te voorzien werden hoven gesticht, onder andere het Hof te Zande nabij Hulst in het huidige Zeeuws-Vlaanderen. Uit dit hof zou later het dorp Kloosterzande ontstaan. In Hulst had de abdij ook een refugehuis. De abdijhoeve Ten Bogaerde, nu (2004) cultureel centrum van Koksijde, was een andere van de vele uithoven van de abdij.

Tussen 1265 en 1285 teisterden overstromingen, door het begeven van zeedijken, het binnenland en dus ook de abdij. De mankracht ontbrak om alle abdijhoven nog uit te baten. De oorlogen tussen Engelsen en Fransen zorgden voor verdere neergang. In 1302, bij de Guldensporenslag, stond de toenmalige abt Thomas de Sittere in het kamp van de verliezers; de Vlamingen namen wraak en brandden abdijbezittingen plat en straften de abdij financieel waardoor de eigendommen in Engeland moesten worden verkocht. Later kregen de abdijbewoners te maken met plunderende Gentenaars en Engelsen. Tegen 1450 raakte men in een dieptepunt en dacht men eraan de abdij te verlaten en zich in Aardenburg te vestigen, hun centrum in Zeeland. De Veurnse clerus verzette zich. Ook een verhuizing naar Brugge werd resoluut afgewezen.

Toen in 1566 de Beeldenstorm lelijk huishield, was het voor de weinig talrijke Duinheren genoeg geweest. In 1578 kregen ze met de calvinisten van Gent te maken; de abdijbezittingen werden aangeslagen en verkocht. De bewoners vluchtten naar Brugge, enkelen zochten onderdak in de abdijhoeve Ten Bogaerdetoen meer dan 1000 protestantse soldaten de abdij bezetten. In 1593 plunderden de Hollanders onder Frederik van Oranje en Prins Maurits, na de verovering van Oostende, Ten Bogaerde en staken de grote schuur in brand.

De abdijgemeenschap wilde, koste wat het kost, veiliger oorden opzoeken. Men verzamelde al het waardevolle materiaal en bracht dat onder in Ten Bogaerde. Terwijl de Heilig Kruisprocessie in Veurne uittrok, verlieten de monniken en lekenbroeders in 1627, met de lijkkist van Idesbald, het abdijhof richting Nieuwpoort. Vandaar ging het dan naar Brugge, waar de refuge van de afgeschafte abdij Ter Doest betrokken werd.

In 1628 startten de religieuzen met de bouw van een nieuwe abdij aan de Potterierei te Brugge (nu het Grootseminarie van Brugge). Op deze plaats bezat de abdij reeds een refugehuis. Voor de bouw van de abdij werden verschillende straten gesuppremeerd. Tot heden vormt de oude abdij een oase van rust binnen de Brugge binnenstad, waar zelfs nog aan landbouw wordt gedaan. De poort van de oude abdij werd met de oorspronkelijke materialen nagebouwd. Toen de Franse Revolutie in 1798 uitbrak en alle kerkelijke bezittingen werden aangeslagen, stelden de monniken zich ten dienste van het bisdom Gent. Eén van de monniken werd tijdens de uitdrijving ten tijde van de Franse Revolutie dodelijk verwond.

Veel later, in 1819, verzamelden de nog 5 resterende monniken zich nog eenmaal in Koksijde. Op de plaats waar eens hun abt Idesbald begraven lag, bouwden ze een kapel. Op 23 maart 1833 stierf de laatste monnik, Nicolaas de Roover. Deze monnik zorgde er ook voor dat de verluchte handschriften in goede handen, maar vooral ook samenbleven. De handschrifen van Ter Doest en Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen vormen het hart van de handschriftencollectie van het Groot-Seminarie te Brugge. Een tweede belangrijk deel van de collectie rust in de Stedelijke Bibliotheek 'Biekorf' te Brugge.

 

 


 

Abdij-penning O.L.Vrouw Ten Duinen.

Bodemvondst, abdij-site Koksijde.

Via Dirk Vanclooster (Directeur, Abdijmusem Ten Duinen).

Foto/afbeelding ©Abdijmuseum Ten Duinen, Koksijde

 

 

Dubbelzijdige Abdij-penning Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen,

van de Cisterciënzers met wapenschilden.

 

De juiste functie/datering van deze penning is niet gekend.

Vermoedelijk voor intern gebruik, binnen de abdijmuren.

Aanwezigheidspenning, bij diensten voor/van de abdij ?

Spijkergat/doorboring voor ophanging.

Kleine gietfout op keerzijde, rechts onder.

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Massa: Onbekend.

Diameter: 29 mm. x 30 mm. dikte: 2 mm.

Aanmaakplaats: z.pl. Abdij O.L.V. Ten Duinen.

Datering: z.j. Ca. 14e à 15e eeuw.

 

Voorzijde: Binnen een gearceerde sierboord/rand.

Die een pseudo-legende voorstelt.

Een gedeukt, gekroond en gepunt wapenschild van de abdij.

Op het veld, van het wapen.

Twee gekruiste kromstaffen, naar buiten gewend.

Waarop een open balk.

Boven de horizontale band, een geklauwde poot.

Onder de balk, een zwemmende heraldische dolfijn (?).

Gekroond schilddak, verwijst naar Onze-Lieve-Vrouw.

Centraal, een (passer) punt.

 

Het wapen van de Duinenabdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen.

 

De abdij, draagt de Latijse spreuk.

Ecclesia de dunis est quasi mons argenteus indeficiens si tamen a sapientibus gubernetur

De Duinenabdij is als een onuitputtelijke berg van zilver, als ze maar door wijzen wordt bestuurd.

Citaat toegeschreven aan, abt Niklaas van Belle.

 

 

Foto/afbeelding ©Abdijmuseum Ten Duinen, Koksijde

 

Keerzijde: Binnen een gearceerde sierrand/boord.

Die een pseudo-legende voorstelt.

Een gedeukt, gekroond en afgerond wapenschild van de abdij.

Op het veld, van het wapen.

Twee gekruiste kromstaffen, naar buiten gewend.

Waarop een gesloten balk, met horizontale middenlijn.

Boven de balk/band, een geklauwde poot.

Onder de balk, een zwemmende heraldische dolfijn (?).

Gekroond schilddak, verwijst naar Onze-Lieve-Vrouw.

 

Lit.: Erfgoed, Duinenabdij Objectnummer 040831; Abdijmuseum Ten Duinen, Koksijde.